menu myDiary

niet Goed

Het hoopt zich het meeste op in mijn keel. Dat is mijn gedachte nu, een die hoog boven een vuil landschap van schuldgevoelens zweeft. Het zit een beetje tussen een teruggehouden gaap en het begin van een huilbui in. Waarom zit het daar? Is dit wat het betekent om een brok in je keel te hebben? Ik heb dat spreekwoord nooit echt begrepen.

Ik beluister mijn vader's voicemail telkens opnieuw. Het is een korte voicemail. Er wordt niets speciaals gezegd. Hij gebruikt een afkorting van mijn naam zoals alleen hij dat doet, in zijn accent. Ik hoor een vrolijkheid in zijn stem, een opgetogenheid. Een korte vraag. Niets meer, niets minder. Een vader die even iets aan zijn kind wil vragen. Hij wacht op mij. Hij wacht net iets te lang. Er zit een onbeholpen pauze tussen zijn groet en het einde van het bericht. Ik hoor geroezemoes in die paar seconden, een gewemel van verkeer en van stemmen, pratende mensen verderop. Misschien zijn het gezinnen die net thuis komen van een familie uitje. Misschien zijn ze vandaag naar Madurodam geweest. De kinderen vonden de miniatuurgebouwtjes heel schattig. Zo groot en klein tegelijk zal de wereld nooit meer voelen na je 7e. Ze hebben pannenkoeken gegeten, en met lome ogen en lome benen, moe op een prettige manier, reizen ze samen naar huis. Het zijn geluiden die mij herinneren aan de fijne warmte die ik vroeger voelde. Momenten dat ik met zware oogleden op de achterbank van de auto zat, het zonlicht dat op mijn gezicht scheen, wegdoezelend onder het ronken van de motor, mijn ouders' stemmen en de radio die zachtjes aanstond. Maar ik stop deze gedachten weer snel weg, ergens diep waar ik ze niet snel zal vinden, want ze doen mij pijn. De schelle stem van de voicemail-vrouw schalt door m'n telefoon en brengt me weer op aarde.

Als een misplaatst jong plantje in een kaal, grauw bos, zoals bossen alleen in november worden, wanneer de oranje en rode bladeren los hebben gelaten. Zo groen, en klein, en delicaat. Al die cellen, kleine fabriekjes waarin hard wordt gewerkt; de laatste zonnestralen die zich steeds minder laten zien. Een laatbloeiertje. Een aantal seizoenen te laat, twee of drie blaadjes. Het is misschien niet veel, maar er is tijd om te groeien. Het was alleen niet haar tijd.

Want er was eens een gure, kille nacht waarin door noodlot, of wellicht domme pech, in het midden van het kale, grauwe bos een ijzeren kooi open stond. Het driekoppige, schuimbekkende beest greep zijn kans en in een laatste opwelling van tomeloze, withete woede rukte het zijn kettingen los. Als een dolle hond liet hij in sneltempo het tralies achter zich en schoot het woud in. Ik weet niet zo goed wat uiteindelijk verwoestender is geweest; de harde, botte woorden die met een gewelddadige rotgang naar mijn hoofd geslingerd werden, of de zijdelingse blikken waarin ik diepe teleurstelling en nauwelijks verhulde minachting zag. Of misschien waren het de ongevraagde regels en richtlijnen die ik mezelf jarenlang opgelegd heb, totdat ze vanzelfsprekend waren en ik ze religieus volgde. Wat het ook was, een leven lang elke dag de bevestiging krijgen dat er geen plaats is voor je op deze planeet wakkert iets heel lelijks aan. Het is een klein zaadje in je maag dat langzaamaan groeit, en groeit. Gedoornde stelen kruipen naar je armen terwijl je je pen en papier vastgrijpt en ze bereiken je benen terwijl je loopt, en op een warme zomerdag dringt het zich diep binnen je botten als winterse kou. Gevoed door razernij vloog het beest door het woud en maakte alles wat mooi was, en wat puur was, en wat onschuldig was, kapot. De omvang en de zwaarte van dit soort woede laten geen ruimte toe voor iets moois, het barst al uit zijn voegen.

Ik maak altijd alles kapot. Je steekt je hand naar mij uit, maar ik geloof je niet en ik sla je hand geïrriteerd weg. Als er toch een manier was om stilletjes te verdwijnen. Op dagen als deze wil ik zo graag dat er een manier was. Ik denk dat ik nu begrijp hoe het is om een brok in je keel te hebben, en ik denk dat ik begrijp waarom het in je keel zit. Als twee ferme handen om je keel die je de adem benemen bij elke teug die je neemt, zodat je het niet vergeet. Ik bel mijn vader niet terug. In plaats daarvan dwarrelen mijn gedachten naar banale spreekwoorden, en beluister ik mijn vader's voicemail, telkens opnieuw, en opnieuw, totdat ik in slaap val.

13 sept 2019 - 189x gelezen - bewerkt op 14 sept 2019
gemiddeld
Vrouw, 25 jaar
vorige  volgende
13 sep 2019 20:22 niet Goed
05 sep 2019 10:58 drift
17 aug 2019 10:25 dof
29 jun 2019 16:35 zijlijnen, en dat (en dat)
02 mrt 2019 13:29 Over geven (en nemen)
22 feb 2019 12:10 Kijken en/of zien
05 sep 2018 18:09 dromen c.q. nachtmerries c.q. dromen
13 jun 2017 22:40 100
28 jun 2016 21:41 dingen van afgelopen tijd
28 mei 2016 20:25 In de wolken
25 feb 2016 22:55 Stekend
14 feb 2016 22:19 Heen en weer springen en dan vallen.
14 okt 2015 00:36 Concrete dingen voor mezelf op een rijtje.
20 sep 2015 23:23 atmosfeer 3, en waarom ik niet wil Zijn.
17 aug 2015 16:49 Eigenlijk
meer..