menu myDiary

34618Gen31LotVlucht WegUitSdom EnKeek NietMeer Om:

Q&@

DE TWEE MANNEN
DIE DOOR DE HEER GESTUURD WAREN,
KWAMEN 'S AVONDS IN SODOM AAN! Lòt, die in de stadspoort zat, zag hen en liep hen tegemoet.
Hij maakte een diepe buiging en zei: 'Heren, ik sta geheel tot uw dienst. Kom toch mee naar mijn huis:
jullie kunnen er je voeten wassen & de nacht doorbrengen?! Morgenvroeg kunnen jullie dan weer verder
reizen!?' MAAR ZIJ ZEIDEN: "NEE, WE BRENGEN DE NACHT OP HET PLEIN DOOR!" Alleen omdat Lòt blééf
aandringen, gingen ze met hem mee naar huis. Hij maakte een maaltijd voor hen klaar met ongegist brood
dat hij had laten bakken. En zíj áten. Doch voordat ze gingen slapen, kwamen de mannen van SODOM van alle
kanten op het huis van Lòt àf, àlle mànnen van de stad, jong en oud, zonder uitzondering. Zij riepen: "LÒT, WÁÁR
ZIJN DIE MANNEN DIE VANNACHT BIJ JOU GEKOMEN ZIJN? BRENG ZE NAAR BUITEN! Wij willen met ze slapen!"......
LOT GING NAAR BUITEN, DEED DE DEUR ACHTER ZICH DICHT EN ZEI: "JULLIE ZIJN MIJN STADGENOTEN, ZOIETS KUN JE NIET DOEN!
LUISTER, ik heb twee dochters, allebei zijn ze nog maagd: die zal ik naarbuiten brengen! DOE MAAR MET ZE WAT JE WILT: maar doe de twee mannen geen kwaad; het zijn mijn gasten & ze staan onder mijn bescherming!" 'GÁ ÒPZÍJ!' riepen ze. Jíj bent 'n vreemdeling & je wilt òns de Wèt VÓÓRSCHRIJVEN!? Kijk maar goed uit, want anders loopt het met jou nòg slèchter àf àls met hèn!' ZE KWAMEN HEEL DREIGEND OP HEM AF EN WILDEN ZIJN DEUR OPENBREKEN?! Maar de twee mannen die in het huis waren, grepen Lòt, trokken hem naar binnen & deden de grendel op de deur. De menigte buiten sloegen ze met blindheid, íederéén, zodat niemand nog die deur vinden kon?!! Toen vroegen ze aan Lòt: "HEB JE HIER NOG ANDERE FAMILIELEDEN? 'n Schoonzoon? Zónen of dochters van je? NÉÉM àl je ver-wànten mee & verlaat deze stad: WIJ GAAN DEZE PLAATS VERWOESTEN! Want tot de Heer G D zijn ernstige beschuldigingen over deze stad Sdom doorgedrongen & hij heeft ons gestuurd om daarom de hele stad te vernietigen!" Lòt ging naar z'n aanstaande schoonzonen & zei: "GA HIER VLUG WEG, WANT DE HEER GAAT DE STAD VERWOESTEN!" Maar zij lachten erom en scholden hen uit ...